Afwijkende mondgewoontes
Misschien duimt je kind, is de mond vaak open, kwijlt je kind veel of je ziet tijdens het slikken of praten de tong tussen de tanden komen.
Dit zijn een paar voorbeelden van afwijkend mondgedrag. Dit kan zorgen voor problemen zoals het scheef gaan staan van het gebit en spraakproblemen. Misschien is een van de bovenstaande dingen je al opgevallen en staat je kind al op de wachtlijst voor logopedie.
De wachttijden zijn momenteel lang en je wilt nu aan slag!
Er zijn genoeg oefeningen waar je zelf mee kunt starten.
Lees dus vooral verder!
Als een kind veel duimt of langdurig speent, kan dit een negatief effect hebben op het gebit en de mondmotoriek. Het kan er zelfs voor zorgen dat de kaak en het verhemelte vervormen. Een slappe mondmotoriek kan ervoor zorgen dat je kind slechter te verstaan is, omdat de tong niet de correcte klanken kan maken.
Kinderen die vaak verkouden zijn, ademen regelmatig door de mond. De neus werkt normaal als een filter dat ziektekiemen tegenhoudt. Wanneer een kind vooral door de mond ademt, mist dit natuurlijke filtersysteem, waardoor het vatbaarder kan worden voor infecties. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan van mondademhaling en vaker ziek zijn.
Daarnaast droogt de mond uit wanneer die langdurig openstaat. Hierdoor wordt er minder geslikt, waardoor de buis van Eustachius (de verbinding tussen neus en oor) minder goed opent. Dit vergroot de kans op oorontstekingen. Terugkerende oorontstekingen kunnen het gehoor beïnvloeden en daarmee ook de taalontwikkeling van een kind.
Het is dus belangrijk om van die afwijkende mondgewoontes af te komen, maar hoe doe je dat?
Het gaat erom dat je de spieren in en rondom de mond van je kind oefent.
Dat betekent veel oefenen!
Als je een keer een blokje om rent, betekent dat niet dat je meteen een marathon kan lopen. Dat geldt ook voor het sterker maken van de mondmotoriek.
Je begint met korte momenten en breidt dat uit, steeds langer en vaker op de dag.
Het is handig om vaste momenten te kiezen om te oefenen omdat dat structuur geeft en er vaker wordt geoefend.
Hieronder staan enkele ideeën die je kunt oefenen met je kind.
Oefen met je kind om de lippen vaker te sluiten en de neusadem te stimuleren. Je kan daarom oefenen om de mond dicht te houden voor bepaalde tijd bij bepaalde activiteiten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het spelen van een spelletje waarbij je niet hoeft te praten, in de auto, bij het kleuren van een kleurplaat, tijdens voorlezen, of een filmpje kijken. Je begint met een korte periode van 30/60 seconden. Als dit goed gaat kun je je kind belonen met een sticker of iets anders leuks.
Als dat 10 keer goed gaat, zonder dat je ze hoeft te herinneren, bouw je tijd op 2 minuten, 5 minuten en 10 minuten. Als je daarna ziet dat je kind met open mond zit, kun je hem helpen herinneren om de mond dicht te houden, waardoor wordt het een gewoonte wordt.
Je kunt ook de volgende oefeningen doen:
Blaasspelletjes
- bellen blazen van zeepsop
- blaasvoetbal
- papieren pingpongballetje wegblazen door bijvoorbeeld een rietje
- met een rietje grote bellen blazen in een glas water
- op een papieren kermistoeter blazen, die zich uitrolt, of blazen op andere toetertjes en fluitjes
- fluiten
- een (lucifer)doosje omver blazen, neem eerst een leeg en vervolgens een vol doosje
- een kaars of lucifer uitblazen, houd hierbij de kaars of lucifer steeds verder weg
- een watje/veertje van de hand blazen, maak het moeilijker door de hand steeds iets verder weg te houden
Zuigspelletjes
- laat je kind zoveel mogelijk drinken door een (dun) limonaderietje. Oefen ook met yoghurt en vla. Varieer met verschillende diktes en lengtes van de rietjes.
- knip eenvoudige plaatjes /figuurtjes uit, bedenk hierbij een verhaal en laat uw kind dit verhaal uitbeelden door de plaatjes met een rietje op te zuigen en te verplaatsen;
- neem een ansichtkaart, knip hem in kleine stukjes (als een puzzel) en leg de stukjes door elkaar. Laat je kind nu de stukjes bij elkaar leggen door ze met een rietje op te zuigen en ze op de goede plek neer te leggen. Naarmate de stukjes groter zijn is dit moeilijker;
- laat je kind met een rietje kraaltjes opzuigen, ze even vasthouden en dan weer neerleggen. (let goed op dat ze groter zijn dan de opening van het rietje!)
Mondspelletjes
- trek samen met uw kind gekke gezichten voor de spiegel
- maak met gesloten lippen afwisselend een brede en een kleine smalle mond (ie-oe)
- maak met open lippen en de kiezen op elkaar de mond breed en smal
- doe de mond eerst zover mogelijk open en daarna zo goed mogelijk dicht
- probeer met het puntje van de tong eerst de neus en dan de kin aan te tikken
- lik met het puntje van de tong de lippen af
- tik met het puntje van de tong de mondhoeken aan
- doe de mond goed open en tik met de tong de boven- en de onderlip aan
- blaas de wangen op, houd de lucht even vast en prik het er dan met de vingers uit
- blaas de wangen op, houd de lucht even vast en laat nu de lucht met een duidelijke P van de lippen afspringen
- blaas een wang op en houd de lippen goed gesloten, laat nu de lucht van de ene wang naar de andere wang gaan
- drink een glaasje water met hele kleine slokjes leeg
- doe het geluid van dieren na, bijvoorbeeld dat van een bij
- neurie iedere dag een liedje
- zing iedere dag een liedje waarin de klanken P, T en K veel voorkomen, spreek die klanken extra duidelijk uit.
Oefen iedere dag met je kind voor het gewenste resultaat. Kies hierbij iedere dag voor een blaasspelletje, een zuigspelletje en een mondspelletje. Je kunt de oefeningen met je eigen fantasie uitbreiden.
Gekke bekken memory: dit blad met aapjes kun je 2 keer uitprinten om er een memory spel van te maken. Als je de kaartjes omdraait voer je de opdracht op het plaatje uit.
